Maak ons een burcht onder de grond, lief
behangen met bekertjes- of muisjesmos
en zacht gesponnen worteldraden
waar radioactieve zwijnen met koplampogen
door onze takken bedspijlen heen fluisteren
dat deze grond gedeeld mag worden
mits wij elkaar afpellen, genadeloos strippen
zoals je schors van bomen trekt
het schild van oliekevers klauwt
meisjesmaagden op hun buik draait
maar eerst lopen, ik voorop, met een hand onder mijn jurk
en een rond mijn hals
op felle klakhouten hakjes en in afgemeten stapjes
zo duw je mij, rammelende schikgodin
spinster van de woest in nekken ronkende
eeuwigheid, wit en naakt als tafellakendraad
hier naar deze offerstronk waar alle geelspuwende
smiespelmondjes van de wereld traag als hete hars
mijn oren inglijden en fluisteren over heren en hun genade
Johanna Geels | Uit: Vuurmakers (2015)
Posts tonen met het label 2010-2020. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2010-2020. Alle posts tonen
Het meisje van zijn dromen
Ik besta
wist ik dat maar, denkt de jongen
op weg naar school,
op weg naar huis,
op weg naar de ene omweg na de andere
zijn leven stippelt zich voor hem uit,
dit is de eerste stip, denkt hij -
hij is de tel nu al kwijt
ochtenden vallen hem aan
met hun snerpende licht,
middagen smoren hem, spinnen hem in,
avonden redden hem niet
en toch besta ik,
zegt het meisje
dat hij 's nachts in zijn dromen ziet.
Toon Tellegen
wist ik dat maar, denkt de jongen
op weg naar school,
op weg naar huis,
op weg naar de ene omweg na de andere
zijn leven stippelt zich voor hem uit,
dit is de eerste stip, denkt hij -
hij is de tel nu al kwijt
ochtenden vallen hem aan
met hun snerpende licht,
middagen smoren hem, spinnen hem in,
avonden redden hem niet
en toch besta ik,
zegt het meisje
dat hij 's nachts in zijn dromen ziet.
Toon Tellegen
De merels
... mijn vader waarvan ik pas
ontdekt heb dat hij een merel was.
- Frank Koenegracht
Twee oude mannen praten wat,
het is vroeg in het jaar,
de eerste warme lentenacht.
Jij staat in je tuin in Leiden,
ik sta in mijn tuin in Bergen,
we praten door de telefoon.
Een zwaluw strijkt de hemel glad,
de merel zingt op het dak
van het huis waarin ik woon.
Ik zeg: Hoor je de merel?
Jij zegt: Hoor je de mijne?
We houden onze telefoons omhoog.
Zo staan we in de lentenacht,
de eerste van het jaar,
en onze merels zingen voor elkaar.
Sjoerd Kuyper | Merels | uit 'Het heelal van jouw hart' (2012)
ontdekt heb dat hij een merel was.
- Frank Koenegracht
Twee oude mannen praten wat,
het is vroeg in het jaar,
de eerste warme lentenacht.
Jij staat in je tuin in Leiden,
ik sta in mijn tuin in Bergen,
we praten door de telefoon.
Een zwaluw strijkt de hemel glad,
de merel zingt op het dak
van het huis waarin ik woon.
Ik zeg: Hoor je de merel?
Jij zegt: Hoor je de mijne?
We houden onze telefoons omhoog.
Zo staan we in de lentenacht,
de eerste van het jaar,
en onze merels zingen voor elkaar.
Sjoerd Kuyper | Merels | uit 'Het heelal van jouw hart' (2012)
Als men de geschiedenis in kon gaan om te vertellen dat ze zich aan mij moeten houden
Toen ik vijftien was, dronk ik met Oud en Nieuw voor het eerst
alcohol, waarna de wereld begon te draaien. De wereld draaide al,
maar dan in de vorm van tennisballen, tollen, het levenswegrad, de
ogen van mijn vader bij een sarcastische opmerking, misschien, en
dit was echter. Ik dacht dat ik eindelijk zou kunnen bellen zonder
rillingen, maar het gaf me geen vleugels, en het legde me ook niet
wekenlang plat.
Toen ik elf was, plakte ik plaatjes van mijn favoriete popsterren
over de kaft van mijn Winnie de Poeh-dagboek in de hoop dat de
inhoud hierdoor ernstiger, wereldser zou worden. Tekst bleek zich
niet zo makkelijk voor de gek te laten houden en in een poging
mijn verleden alsnog te redden, probeerde ik het boekje vervolgens
in brand te steken. Omdat ik lucifers eng vond, bracht ik het een
paar dagen later naar het oud papier.
Toen ik achtenzestig werd, schreef ik mijn eerste gedicht over
de liefde waarin ik het niet hoefde te vergelijken met dieren of
planten. Liefde bestond uit twee tevreden mensen, legde zich
vermoeid maar verzadigd neer in mijn buik, waarvan de navel stil
bleef liggen als een hagedis op een zonnige steen.
Toen ik vijf was, droomde ik dat het sneeuwde, terwijl niemand
me had verteld dat er een kans bestond dat er die nacht
daadwerkelijk sneeuw zou vallen. Het had de hele nacht kunnen
regenen. Ik werd wakker en de wereld was zo wit als mijn vijf jaar
oude huid. Dit was de eerste keer dat ik dacht dat ik de wereld kon
veranderen.
Lieke Marsman | Als men de geschiedenis in kon gaan om te vertellen dat ze zich aan mij moeten houden | Uit 'Wat ik mijzelf graag voorhoud' (2011)
alcohol, waarna de wereld begon te draaien. De wereld draaide al,
maar dan in de vorm van tennisballen, tollen, het levenswegrad, de
ogen van mijn vader bij een sarcastische opmerking, misschien, en
dit was echter. Ik dacht dat ik eindelijk zou kunnen bellen zonder
rillingen, maar het gaf me geen vleugels, en het legde me ook niet
wekenlang plat.
Toen ik elf was, plakte ik plaatjes van mijn favoriete popsterren
over de kaft van mijn Winnie de Poeh-dagboek in de hoop dat de
inhoud hierdoor ernstiger, wereldser zou worden. Tekst bleek zich
niet zo makkelijk voor de gek te laten houden en in een poging
mijn verleden alsnog te redden, probeerde ik het boekje vervolgens
in brand te steken. Omdat ik lucifers eng vond, bracht ik het een
paar dagen later naar het oud papier.
Toen ik achtenzestig werd, schreef ik mijn eerste gedicht over
de liefde waarin ik het niet hoefde te vergelijken met dieren of
planten. Liefde bestond uit twee tevreden mensen, legde zich
vermoeid maar verzadigd neer in mijn buik, waarvan de navel stil
bleef liggen als een hagedis op een zonnige steen.
Toen ik vijf was, droomde ik dat het sneeuwde, terwijl niemand
me had verteld dat er een kans bestond dat er die nacht
daadwerkelijk sneeuw zou vallen. Het had de hele nacht kunnen
regenen. Ik werd wakker en de wereld was zo wit als mijn vijf jaar
oude huid. Dit was de eerste keer dat ik dacht dat ik de wereld kon
veranderen.
Lieke Marsman | Als men de geschiedenis in kon gaan om te vertellen dat ze zich aan mij moeten houden | Uit 'Wat ik mijzelf graag voorhoud' (2011)
Kijk naar de daken
Kijk naar de daken, kind, bescherming
voor jou, voor mij, voor ons, voor velen,
nu nog door vaklui geplaatst, binnenkort
misschien 3D-geprint.
Wie in een huis woont, kind, vergeet
dat daken zelf geen daken hebben,
klimop danst op huis
naar het dak toe, dak ontvangt klimop.
Vormen en mensen in huizen
onverstaanbaar op weg, gelukkig
door het dak in roekeloosheid gestuit.
Ik hoop af en toe voor jou een dak te zijn
in deze stad, dit land, ik zal beschutten,
winnaars verliezers, maar ik maak
plaats wanneer je de sterren bekijkt.
Jeroen Theunissen | Kijk naar de daken | Uit 'Hier woon je', Bezige bij, 2015
voor jou, voor mij, voor ons, voor velen,
nu nog door vaklui geplaatst, binnenkort
misschien 3D-geprint.
Wie in een huis woont, kind, vergeet
dat daken zelf geen daken hebben,
klimop danst op huis
naar het dak toe, dak ontvangt klimop.
Vormen en mensen in huizen
onverstaanbaar op weg, gelukkig
door het dak in roekeloosheid gestuit.
Ik hoop af en toe voor jou een dak te zijn
in deze stad, dit land, ik zal beschutten,
winnaars verliezers, maar ik maak
plaats wanneer je de sterren bekijkt.
Jeroen Theunissen | Kijk naar de daken | Uit 'Hier woon je', Bezige bij, 2015
Nachtwerk
De wekker tikt. De boiler ruist.
De ijskast rommelt af en aan.
De regen trommelt op het raam.
Het duister heeft ons in zijn macht.
De slaap geeft hart en adem over
aan het ritme van de nacht.
De geest hangt stil te drogen
aan zijn zilverwitte lijnen.
De ochtend keert de rollen om.
De douchekop ruist. De ketel fluit.
De koffie loopt. Het donker
trekt zich terug in de gordijnen
en wacht, en wacht, maar wacht maar,
wacht
Ingmar Heytze | Nachtwerk
Jacques Klöters: ''s Winters is het nachtwerk. In het donker naar de radio. De studio is fel verlicht en dan dit gedicht voorlezen. Eigenlijk is het een sonnet. In die versvorm zit traditioneel in de negende regel een "chute", een omkering. Als ik na de uitzending naar buiten loop, is alles veranderd. Is het dag. Nog wel.'
Zo'n dag
Een dag waarop de liefde lustig bloeide,
vol regen eerst en daarna zonneschijn,
zo´n dag waarop mijn hart voortdurend jubelt
hoe mooi het is om jij en ik te zijn.
De kinderen waren hier, en ook de kleine,
die heel de wereld nieuw maakt, ongezien.
Kon ik maar altijd leven in september,
maar da´s waarschijnlijk meer dan ´k verdien
Oktober komt, november en december,
kastanjes, houtvuur, storm, het laatste feest,
waarop wij samen vieren dat het mooi was
om jij en ik en ik en jij te zijn geweest.
Sjoerd Kuyper | Uit:Het heelal van jouw hart (2012)
Vier en vijf
IV
Van lente het zoetst welriekend donker
naar het hoofd gestegen, klommen we duizend treden
ten top - waar vanachter gene zijde stille
lege stoeltjes zweefden, draalden en weer
daalden langs hun draad. Laat lamplicht blonk
diep nog op aarde, of waren boven sterren al
vermetel aan het balanceren wij? op de rand
van duizelende sferen uitziend over liefde's
doodsverachting in het hart van het heelal.
V
Voorbij, gang voorbij, gaan:
op de uiterste schrede zie je als in donker glas
het evenbeeld dat oorverdovend
oogverblindend nadert - en versplintert,
samenvalt met wie je was.
Anneke Brassinga, Het wederkerige, 2014
Van lente het zoetst welriekend donker
naar het hoofd gestegen, klommen we duizend treden
ten top - waar vanachter gene zijde stille
lege stoeltjes zweefden, draalden en weer
daalden langs hun draad. Laat lamplicht blonk
diep nog op aarde, of waren boven sterren al
vermetel aan het balanceren wij? op de rand
van duizelende sferen uitziend over liefde's
doodsverachting in het hart van het heelal.
V
Voorbij, gang voorbij, gaan:
op de uiterste schrede zie je als in donker glas
het evenbeeld dat oorverdovend
oogverblindend nadert - en versplintert,
samenvalt met wie je was.
Anneke Brassinga, Het wederkerige, 2014
Alles weer onthouden
No room to forget
naar Jason Molina
Als ik thuiskom, zit zij te tekenen. ‘Wat teken je?’ – ‘Dat weet je best.’
‘Toch niet weer je graf?’ Ze lacht. Ik vraag: ‘Wanneer hou je daarmee op?’
‘Als ik dood ben,’ zegt ze. Ik loop op haar af en pak de kaart waarop ze krast.
Ze laat het toe. ‘Italië,’ zeg ik, ‘nu is het weer Italië.’ Ze zegt: ‘Onthou je dat?’
Ik pak hem op en stop hem in het laatje van de kast waar ze niet bij komt.
Ik fluit een oud liedje. Zij begrijpt me, stopt het potlood in haar neus
en staat op. Als we zoenen voel ik haar natte wangen. ‘Huil je?’
Ik neem haar gezicht in mijn handen. Ze blaast haar wangen bol.
Dan zegt ze: ‘Er is een plek in mijn hoofd waar alles heen gaat dat ik ben
vergeten en je mag best weten: die plek zit inmiddels wel zo’n beetje vol.’
Ik prik met een gestrekte vinger in haar voorhoofd en doe het geluid
van een boor na. ‘Zal ik een gaatje in je maken? Dan kan het eruit.’
‘Als je zelfs niet langer ruimte hebt om te vergeten, is het écht over. Toch?’
Ik zeg: ‘Dat ligt eraan, misschien ga je vanaf nu juist alles weer onthouden.’
Jelmer van Lenteren (2011)
naar Jason Molina
Als ik thuiskom, zit zij te tekenen. ‘Wat teken je?’ – ‘Dat weet je best.’
‘Toch niet weer je graf?’ Ze lacht. Ik vraag: ‘Wanneer hou je daarmee op?’
‘Als ik dood ben,’ zegt ze. Ik loop op haar af en pak de kaart waarop ze krast.
Ze laat het toe. ‘Italië,’ zeg ik, ‘nu is het weer Italië.’ Ze zegt: ‘Onthou je dat?’
Ik pak hem op en stop hem in het laatje van de kast waar ze niet bij komt.
Ik fluit een oud liedje. Zij begrijpt me, stopt het potlood in haar neus
en staat op. Als we zoenen voel ik haar natte wangen. ‘Huil je?’
Ik neem haar gezicht in mijn handen. Ze blaast haar wangen bol.
Dan zegt ze: ‘Er is een plek in mijn hoofd waar alles heen gaat dat ik ben
vergeten en je mag best weten: die plek zit inmiddels wel zo’n beetje vol.’
Ik prik met een gestrekte vinger in haar voorhoofd en doe het geluid
van een boor na. ‘Zal ik een gaatje in je maken? Dan kan het eruit.’
‘Als je zelfs niet langer ruimte hebt om te vergeten, is het écht over. Toch?’
Ik zeg: ‘Dat ligt eraan, misschien ga je vanaf nu juist alles weer onthouden.’
Jelmer van Lenteren (2011)
Heeft het water mijn bericht verdronken?
Brief aan de brug
Graag sta ik op de brug en staar
naar het water dat onder mij door stroomt. Stuur ik een boodschap, hol ik naar de andere kant de post tegemoet, hang over de leuning en zie mijn woorden voortdrijven, weg, op reis: brief aan de volgende brug. Maar soms komt aan de overkant geen teken meer. Heeft het water mijn bericht verdronken? Woont er iemand onder de brug in het geheim die eenzaam is en verlangt zoals ook ik? Ted van Lieshout, Brief aan de brug
Graag sta ik op de brug en staar
naar het water dat onder mij door stroomt. Stuur ik een boodschap, hol ik naar de andere kant de post tegemoet, hang over de leuning en zie mijn woorden voortdrijven, weg, op reis: brief aan de volgende brug. Maar soms komt aan de overkant geen teken meer. Heeft het water mijn bericht verdronken? Woont er iemand onder de brug in het geheim die eenzaam is en verlangt zoals ook ik? Ted van Lieshout, Brief aan de brug
waarom schrijf je in hemelsnaam nog gedichten
Ik sta met mijn open mond vol geluk
te wachten tot iemand het eruit pakt wil je
het geluk uit mijn keel pakken zodat ik er
niet langer over struikel tijdens het praten misschien
zou je kunnen luisteren op de kruk bij mijn knie
kunnen zitten zeggen dat je iets leuks gaat doen
dit weekend dat je van alles van plan bent en
vragen of ik daar de uitvoering van
wil worden misschien
kun je mijn hand vasthouden als we nog eens
samen voor een winkelruit ons af staan te vragen
hoeveel de papieren vogel kost of zou je je wang
in het kuiltje van mijn schouderblad kunnen leggen
tijdens het strijkconcert zoals een egel die zich
met het zachte stukje van zijn bestaan terugtrekt
in de schaduw van twee struiken in juli en meer
nog dan dit zou je de luidspreker uit mijn handen
kunnen trekken als ik weer eens op blote voeten
sta te stampen met al het goede uit een dag
op mijn lippen zou je kunnen zeggen stil maar ook
als je fluistert wordt er naar je geluisterd misschien
zeg ik is er niemand die wil horen wat je zegt
omdat je aan mensen niet iets kunt hangen
zoals jij doet enkel rond
kunt hangen in de zweetlucht van
je jeugd terwijl er nergens iemand klaarstaat
met een zonnige waterspuit nee je moet zelf
door de zomersproeier lopen in je
mickey mouse zwempak
of veertien jaar later
in je supermarktschort en
als men vraagt waarom schrijf je
in hemelsnaam nog gedichten antwoord dan
omdat mensen niet onder mijn tong
blijven liggen omdat je gedichten stil
kunt laten staan als een luisterend oor
tegen je schokkende borstkas omdat poëzie
aan je ribben is gaan rusten en
een verband heeft aangelegd
met jouw verhaal.
'Soms moet dat', Lieke Marsman
te wachten tot iemand het eruit pakt wil je
het geluk uit mijn keel pakken zodat ik er
niet langer over struikel tijdens het praten misschien
zou je kunnen luisteren op de kruk bij mijn knie
kunnen zitten zeggen dat je iets leuks gaat doen
dit weekend dat je van alles van plan bent en
vragen of ik daar de uitvoering van
wil worden misschien
kun je mijn hand vasthouden als we nog eens
samen voor een winkelruit ons af staan te vragen
hoeveel de papieren vogel kost of zou je je wang
in het kuiltje van mijn schouderblad kunnen leggen
tijdens het strijkconcert zoals een egel die zich
met het zachte stukje van zijn bestaan terugtrekt
in de schaduw van twee struiken in juli en meer
nog dan dit zou je de luidspreker uit mijn handen
kunnen trekken als ik weer eens op blote voeten
sta te stampen met al het goede uit een dag
op mijn lippen zou je kunnen zeggen stil maar ook
als je fluistert wordt er naar je geluisterd misschien
zeg ik is er niemand die wil horen wat je zegt
omdat je aan mensen niet iets kunt hangen
zoals jij doet enkel rond
kunt hangen in de zweetlucht van
je jeugd terwijl er nergens iemand klaarstaat
met een zonnige waterspuit nee je moet zelf
door de zomersproeier lopen in je
mickey mouse zwempak
of veertien jaar later
in je supermarktschort en
als men vraagt waarom schrijf je
in hemelsnaam nog gedichten antwoord dan
omdat mensen niet onder mijn tong
blijven liggen omdat je gedichten stil
kunt laten staan als een luisterend oor
tegen je schokkende borstkas omdat poëzie
aan je ribben is gaan rusten en
een verband heeft aangelegd
met jouw verhaal.
'Soms moet dat', Lieke Marsman
Priemgetallen
Mattia dacht dat Alice en hij zo waren, twee tweeling-
priemgetallen, alleen en verloren, vlak bij elkaar, maar niet
dicht genoeg om elkaar echt te raken.
p. 138
Mattia bedacht dat het helemaal niet leuk was om zijn
hoofd te hebben. Hij zou het graag afschroeven en inruilen
voor een ander hoofd, of voor een koektrommel, als die
maar licht en leeg was. Hij deed zijn mond open om te ant-
woorden dat je speciaal voelen de ergste kooi is die je om je
heen kunt bouwen, maar hij zei niets. Hij dacht aan die
keer dat de juf hem midden in de klas had gezet en alle an-
deren naar hem zaten te kijken alsof hij een zeldzaam dier
was, en het schoot door hem heen dat het leek alsof hij al
die jaren niet van die plek af was gekomen.
p. 172
Paolo Giordano, 'De eenzaamheid van de priemgetallen'.
priemgetallen, alleen en verloren, vlak bij elkaar, maar niet
dicht genoeg om elkaar echt te raken.
p. 138
Mattia bedacht dat het helemaal niet leuk was om zijn
hoofd te hebben. Hij zou het graag afschroeven en inruilen
voor een ander hoofd, of voor een koektrommel, als die
maar licht en leeg was. Hij deed zijn mond open om te ant-
woorden dat je speciaal voelen de ergste kooi is die je om je
heen kunt bouwen, maar hij zei niets. Hij dacht aan die
keer dat de juf hem midden in de klas had gezet en alle an-
deren naar hem zaten te kijken alsof hij een zeldzaam dier
was, en het schoot door hem heen dat het leek alsof hij al
die jaren niet van die plek af was gekomen.
p. 172
Paolo Giordano, 'De eenzaamheid van de priemgetallen'.
Vissen
Yaakov zet de rol in een hoek en haalt een andere tevoorschijn,
die hij met tiencentimeter tegelijk uitrolt. 'Snap je, het ene tafereel
leidt naar het volgende. De Domes, de prairies, nu de Indianen Die
Buffels Jagen, dan weer het Dorp van de Doden, heel populair van-
wege de "wonderlijke manier waarop de indianen met hun doden
omgaan". Die niet zo wonderlijk is als die van de joden: je haalt
twee seconden geen adem, en voor je het weet lig je in de grond; en
niet zo wonderlijk als die van de katholieken: ze laten je wekenlang
in de rouwkamer liggen, zodat iedereen goed kan kijken en bier
kan drinken.'
p. 84
Lilian en Yaakov kijken elkaar aan en O'Brien kijkt op zijn horlo-
ge. Yaakov pakt zijn lege glas op. Hij zou het aan stukken kunnen
slaan en Lillians naam in zijn borst kerven. Hij zet het glas neer. Het
is niet nodig: haar naam staat er al.
Yaakov drukt Lillian zo hard tegen zich aan dat de vier knopen
van zijn overjas door haar trui en haar bloed en haar hemdje heen
in haar huid drukken, en ze slaat haar handen om zijn magere nek
alsof hij haar vader is.
'Zay gezunt hey,' zegt Lillian. 'Ga met God,' en ze bedoelt: 'Ga
met mijn liefde.' Ze bedoelt: 'Ga met me mee.' Ze bedoelt: 'Verlaat
me niet.' Ze bedoelt: 'Ik kan dit niet zonder jou.' Ze bedoelt: 'Laat
me niet gaan.'
Lillian helpen zal Yaakovs laatste goede daad zijn. Nadat ze is
vertrokken houdt hij op met zingen in het Royale, houdt hij op met
Reuben plagen, houdt hij op Meyer te bespotten. Reubens ver-
moeidheid is de vermoeidheid van Reuben, Meyers leugens zijn de
leugens van Meyer, de misdaden en beoordelingsfouten van de we-
reld zijn ook de zijne. Hij legt handdoeken over de rand van de bad-
kuip voor het geval er spetters zullen rondvliegen. Hij schuift zijn
zware fateuil tegen de voordeur. Hij stapt in het warme bad, alles
ligt klaar op de mat naast hem, en ditmaal is er geen Reuben om
hem eruit te vissen.
p. 94
Amy Bloom, 'Op zoek'.
die hij met tiencentimeter tegelijk uitrolt. 'Snap je, het ene tafereel
leidt naar het volgende. De Domes, de prairies, nu de Indianen Die
Buffels Jagen, dan weer het Dorp van de Doden, heel populair van-
wege de "wonderlijke manier waarop de indianen met hun doden
omgaan". Die niet zo wonderlijk is als die van de joden: je haalt
twee seconden geen adem, en voor je het weet lig je in de grond; en
niet zo wonderlijk als die van de katholieken: ze laten je wekenlang
in de rouwkamer liggen, zodat iedereen goed kan kijken en bier
kan drinken.'
p. 84
Lilian en Yaakov kijken elkaar aan en O'Brien kijkt op zijn horlo-
ge. Yaakov pakt zijn lege glas op. Hij zou het aan stukken kunnen
slaan en Lillians naam in zijn borst kerven. Hij zet het glas neer. Het
is niet nodig: haar naam staat er al.
Yaakov drukt Lillian zo hard tegen zich aan dat de vier knopen
van zijn overjas door haar trui en haar bloed en haar hemdje heen
in haar huid drukken, en ze slaat haar handen om zijn magere nek
alsof hij haar vader is.
'Zay gezunt hey,' zegt Lillian. 'Ga met God,' en ze bedoelt: 'Ga
met mijn liefde.' Ze bedoelt: 'Ga met me mee.' Ze bedoelt: 'Verlaat
me niet.' Ze bedoelt: 'Ik kan dit niet zonder jou.' Ze bedoelt: 'Laat
me niet gaan.'
Lillian helpen zal Yaakovs laatste goede daad zijn. Nadat ze is
vertrokken houdt hij op met zingen in het Royale, houdt hij op met
Reuben plagen, houdt hij op Meyer te bespotten. Reubens ver-
moeidheid is de vermoeidheid van Reuben, Meyers leugens zijn de
leugens van Meyer, de misdaden en beoordelingsfouten van de we-
reld zijn ook de zijne. Hij legt handdoeken over de rand van de bad-
kuip voor het geval er spetters zullen rondvliegen. Hij schuift zijn
zware fateuil tegen de voordeur. Hij stapt in het warme bad, alles
ligt klaar op de mat naast hem, en ditmaal is er geen Reuben om
hem eruit te vissen.
p. 94
Amy Bloom, 'Op zoek'.
Geheugensteuntje
We bezitten ons geheugen, en daardoor onszelf.
Het geheugen is belangrijker voor de eigen identiteit dan het
lichaam. Dat kan langzamerhand wegrotten en uitdrogen, het
kan zich tegen zichzelf keren en uiteindelijk verdwijnen, maar
het geheugen leeft nog voort, zelfs wanneer het lichaam niet
meer aan de wil gehoorzaamt. En daarna verdwijnt het ook, of
het gaat over op hen die achterblijven.
Riika Pulkkinen, 'De grens', p. 18-19.
Het geheugen is belangrijker voor de eigen identiteit dan het
lichaam. Dat kan langzamerhand wegrotten en uitdrogen, het
kan zich tegen zichzelf keren en uiteindelijk verdwijnen, maar
het geheugen leeft nog voort, zelfs wanneer het lichaam niet
meer aan de wil gehoorzaamt. En daarna verdwijnt het ook, of
het gaat over op hen die achterblijven.
Riika Pulkkinen, 'De grens', p. 18-19.
Het land van samen
Denkend aan Holland
zie ik het land van Drees
Het land van samen
zonder diepte, hoogte of watervrees
Een land zonder gordijnen
waar we alles van elkaar weten
Om het vervolgens
zo snel mogelijk te vergeten
Een land zonder helden
van polderen tot in de dood
In dit land ben je al snel te groot
Een land zonder fatsoen
zeggen we tegen elkaar
Maar ach, dat zeggen we
al vierhonderd jaar
De ene dag boos
maar ook net zo snel weer blij
***
(en een krant die dat voelt, net als wij)
Commercial van De Telegraaf, 2011
zie ik het land van Drees
Het land van samen
zonder diepte, hoogte of watervrees
Een land zonder gordijnen
waar we alles van elkaar weten
Om het vervolgens
zo snel mogelijk te vergeten
Een land zonder helden
van polderen tot in de dood
In dit land ben je al snel te groot
Een land zonder fatsoen
zeggen we tegen elkaar
Maar ach, dat zeggen we
al vierhonderd jaar
De ene dag boos
maar ook net zo snel weer blij
***
(en een krant die dat voelt, net als wij)
Commercial van De Telegraaf, 2011
Het trillen van de schedel
Zangers en zangeressen horen nooit hun stem zoals het publiek die hoort. Dat heeft te maken met het feit dat zij luisteren naar een geluid dat ze zelf voortbrengen. De klank wordt bepaald door het trillen van hun eigen schedel en de vorm van hun oorschelpen, neus, jukbeenderen. Vreemd genoeg geldt dit ook wanneer ze luisteren naar een opname van zichzelf. De trillingen worden dan veroorzaakt van buitenaf en het effect is bijna altijd karikaturaal.
Ik heb lang gedacht dat dit niet geldt voor schrijvers, sterker nog, dat schrijvers de enige zijn die hun eigen tekst kunnen lezen zoals hij er staat terwijl elke lezer iets anders leest. Dat was naïef.
Licht
'Eigenlijk wordt het dan licht. Eigenlijk ben je daarvoor de hele tijd zwaar en druk, en alles moet je doen en hoe krijg ik het allemaal in 24 uur? En op zo’n zwaar moment blijkt dat je alles kunt laten vallen eigenlijk. En dat de wereld verder draait en dat niemand zich enige zorgen maakt of je nou wel of niet komt, je kunt dat gewoon, nu is het afgelopen en dan gaan we dit doen.'
***
Thomas Acda in Frénk 30 hoog van de NCRV, aflevering 25-04-2010
***
Thomas Acda in Frénk 30 hoog van de NCRV, aflevering 25-04-2010
Maar wat ik werkelijk wil zeggen is
Ik toon je mijn leven. Het is middagwanneer ik schrijf:
De zomer heeft haar plakkende hitte
opgegeven voor regen, voortijdig, maar net zo grijs
als anders. Ik kan niet ver zien
of zo diep als jij vanwaar jij staat, maar wanneer ik je vertel
wat ik je vertel, moet je me geloven.
De zomer heeft haar plakkende hitte
opgegeven voor regen, voortijdig, maar net zo grijs
als anders. Ik kan niet ver zien
of zo diep als jij vanwaar jij staat, maar wanneer ik je vertel
wat ik je vertel, moet je me geloven.
Abonneren op:
Posts (Atom)