Posts tonen met het label 2000-2010. Alle posts tonen
Posts tonen met het label 2000-2010. Alle posts tonen

Week 38 - les 3

De allermooiste zin

Ik lees een boek van achter naar voren en weet dat ik
zo meteen op de bladzijde kom waar iemand een kruisje
heeft gezet voor de allermooiste zin. Wat de allermooiste zin is
weet ik nog niet, maar het is de zin waar ik 's nachts om huil
omdat het ochtend is en ik een nacht niet heb gehuild
omdat het ochtend... Zo keer ik wat ik denk om in cirkels,
alsof ik met mijn wijsvinger een kristallen glas laat zingen.
Ik keer het om totdat het achterstevoren en binnenstebuiten
of omgekeerd is. Wanneer ik bij de zin met het kruisje kom,
sla ik de bladzijde om en beland in het deel van het boek
waarin alles nog goed was.

***
Lieke Marsman, 5, 2009

Vragen:
  1. Als jij een boek wilt gaan lezen, wat lees je dan eerst? De achterflap? De eerste zin? Misschien de laatste zin? Weet je waarom je dat doet?
  2. Houd je van verhalen met open eindes? Waarom wel of niet?
  3. Schrijf je weleens citaten/quotes/songteksten op? Welke weet je nu nog uit je hoofd? 
  4. Versregel 6: 'Zo keer ik wat ik denk om in cirkels': in welk stukje wordt er in cirkels gedraaid? 
  5. Versregel 7: Heeft dat 'in cirkels draaien' een doel/uitkomst? Op welke twee manieren legt de schrijfster dat doel/die uitkomst uit?
  6. Hoe las de ik-persoon het boek ook alweer?
  7. Versregel 10: 'sla ik de bladzijde om': leest de ik-persoon dan de bladzijde vóór of ná de allermooiste zin?
  8. Als die allermooiste zin een keerpunt zou aangeven in het verhaal, keert het verhaal dan ten goede of gaat het daarna de slechte kant op (als je het van voor naar achter zou lezen)?
  9. Hoe denk je dat het zou zijn om een verhaal van voor naar achteren te lezen? Welke problemen zou je tegenkomen? Wat zou er anders zijn? 
  10. Probeer het eens! 
  11. Anne Frank hield een 'mooiezinnenboek' bij. Misschien is dat ook wel iets voor jou.

week 38 - les 2

Longfuncties

Mocht ik iets kunnen leren,
zou ik mij willen specialiseren
in de longen, in de ultieme
kennis van dit machtig pulserend
borstkoraal, met zijn vurige rokken
als van een flamencodanseres.

Geen uitnodigender orgaan
dan dit, in welks zomen het hart —
dat schuwste aller holtedieren —
een schuilplaats vindt.

Zo adellijk is zijn karakter
dat het evenzeer geniet
van de vrolijke tabak
als van de dodelijke zuurstof.

En zijn binnenwanden bekleedt
met de huid van de wereld
om ons vertrouwd te maken
met het kelderstof
en de huidschilfers
van onze naasten.
L.F. Rosen (1953) | Longfuncties | Droomvlees, Sliedrecht 2008


Vragen:
  1. Wat zou jij later graag willen doen?
  2. Welke eigenschappen van jouzelf komen daarbij goed van pas?
  3. Bij biologie heb je een hoop geleerd over het menselijk lichaam. Wat weet je allemaal over de longen?
  4. Strofe 1: Waarom zou de schrijver de longen vergelijken met een 'koraal'? 
  5. Strofe 1: Probeer de visuele vergelijking met de flamencodanseres uit te leggen.
  6. Strofe 2: Als je zelf moest uitleggen waarom de longen 'uitnodigend' zijn, hoe zou je dat doen? 
  7. Strofe 2: Meestal wordt het hart als belangrijkste orgaan genoemd. Wat zegt de schrijver hier letterlijk over het hart? Wat denk je dat hij daarmee bedoelt?
  8. Strofe 3: Er wordt een vergelijking getrokken. Wat is het gekke aan de bijvoeglijke naamwoorden in combinatie met hun zelfstandig naamwoord?
  9. Strofe 4: De meeste organen bestaan aan hun binnenzijde uit andere materie dan de huid. Wat zou de schrijver bedoelen met 'zijn binnenwanden bekleedt met de huid van de wereld'?
  10. Strofe 4: We ademen de hele dag van alles in. De schrijver geeft een reden voor die 'huid van de wereld' aan de binnenkant van de longen. Hoe schrijft hij dat op? Wat zou hij daarmee bedoelen?
  11. Beschrijft de schrijver de longen als een kwetsbaar orgaan? 
  12. De longen worden gepersonificeerd. Wat voor karakter krijgen ze? En: zijn ze meer- of enkelvoudig in dit gedicht?

het ging over rozen, trombones, de maan

 Air mail

Vannacht lag ik iedereen brieven te schrijven
op luchtpostpapier. Het ging over rozen,
trombones, de maan.

Beter bewijs dat ik droomde bestaat niet:
ze zweefden als vliegtuigjes weg door de kamer
en kwamen in dromen van anderen aan.
Ingmar Heytze | Air mail | Uit: Het ging over rozen - Uitgeverij Podium 2002

Overal slapen de mensen

Overal slapen de mensen

Neergevallen waar ze vroeger stonden
het voorhoofd tegen de arm gedrukt
het gezicht naar de grond, rustig ademend.

Boven de aarde, onder warme dekens
onder stevige daken, op goed geluk in
elkaar gekropen, in zichzelf gedraaid

terwijl de wereld zich opent als een hand
terwijl vingers andere vingers zoeken
andere vingers andere vingers en de vissen

wiegen de zee tot rust en de schepen hun vracht
en de radio de vader en als een zachte doek
de vader de moeder, de lampjes de nacht.

Waarom waak je. Waarom moet
iemand waken, iemand aanwezig zijn.

Thomas Möhlmann | Uit: Kranen open, 2009, Uitgeverij Prometheus

Er lopen er wel meer op straat (naamloos)


Ik kijk zo graag.
Ik weet raad met wat ik zie.
Totdat er teruggekeken wordt.


Nee, je krijgt geen kopje thee
Nee, je kunt niet blijven
Nee, ik ga niet uitleggen waarom.
Ja, je kwam dat hele eind
Ja, dat was drie uur met de trein
Nee, je krijgt nog steeds geen thee.

Je hebt gelijk, ik ben te leuk
Ik heb liefde in mijn ogen
Daarmee kan ik kijken
Daarmee keek ik ook naar jou
Jij bent dat blijkbaar niet gewend
Ik zal het niet meer doen.

Nee, we gaan geen vrienden worden
Nee, we gaan elkaar niet af en toe wel zien
Ik geef je niet de tijd
en ook geen reden
Je kunt niet binnen komen
Nee, we gaan geen brieven schrijven.

Ja, je laatste trein is weg
Nee, je kunt niet blijven slapen
Nee, ook niet op het logeerbed.
Er lopen er wel meer op straat
Moet ik die dan ook maar binnenlaten?


Tjitske Jansen | Uit: 'Het moest maar eens gaan sneeuwen' (2003)

Liefdesbrief

Lieve Samson,
Ik heb je haar
in een kruik gestopt,
die ligt bij de perenboom
naast de waterput.
Ik heb nagedacht
over wat ik heb gedaan
en ik vind nog steeds niet
dat God jou
al die kracht heeft gegeven
opdat jij mijn mensen
kon doden.

Liefs -- Delila


Carole Gregory (*1945), Liefdesbrief

Een muzikale ode aan Samson, door Regina Spektor
Het verhaal van Simson en Delila in de Bijbel

Een dichter is een tovenaar

Een dichter is een tovenaar:
hij tovert woorden bij elkaar
die zo tezamen komen
als beelden doen in dromen.

Een dichter is een taalatleet
die alle woorden die hij weet
zo aan elkaar kan rijgen
dat jij ervan gaat zwijgen.

Een dichter is een virtuoos
van elke bloem maakt hij een roos
zijn woorden staan te dringen
om maar te mogen zingen.

Een dichter is een vreemd persoon.
Maar verder is hij heel gewoon.

'Een dichter', Johanna Kruit

Tegenspoed

Tegenspoed is als een harde wind. Daarmee bedoel ik niet alleen dat hij
ons weghoudt van plaatsen waar we anders misschien wel naartoe gegaan
zouden zijn. Maar hij rukt ons ook alles van het lijf, behalve de dingen die er
niet afgerukt kunnen worden, en daarna zien we onszelf zoals we echt zijn en
niet zoals we misschien graag zouden willen zijn.

p. 757

Arthur Golden, 'Dagboek van een Geisha'.

we mogen enkel van het leven zijn

Ik zou willen dat je niet wacht als mijn moment daar is.
Je mag me nog even onderstoppen, maar ook niets meer dan dat.
En als je tijdens dat mij onderstoppen ook nog heel lief lacht
zal ik jouw geveinsd geluk jou voor die keer toch wel vergeven.
Maar daarna moet je gaan, en de deur dichtdoen.

Ga niet naast bed de wisselvallige intervallen
van mijn al rotte adem tellen. Houd mijn hand niet vast
die als een want zal worden neergelegd en waarin eens
mijn hand gezeten en naar die van jou gegrepen had.
Luister niet hoe het in mijn bast beestachtig bonkt en reutelt,
hoe de kanker daar snel nog even aan mijn botten sleutelt
en kijk niet in mijn ogen die gebroken in hun kassen
zich aanpassen aan het aardedonker
van wat geen nacht zal zijn.

Laat mij achter in die kamer, alleen.
Want wij twee mogen enkel van het leven zijn.

***
Dimitri Verhulst, Afspraak

Bruggen bouwen

Maar als woorden
bruggen bouwen
zal ik zwijgen, want

met een brug
verdwijnt de mythe
van de overkant.

***
Stef Bos, fragment uit Niemandsland, 2003

waar laat een zee zijn tranen?

" Mijn angst lijkt wel wat op de zee –iedereen ziet er iets anders in, en alles wat mensen er in zien zegt veel over hun eigen karakter, maar weinig over de angst zelf. " - Ingmar Heytze over zijn reisangst.

bericht aan de reizigers

they open and close you
then they talk like they know you
they don't know you
Joni Mitchell

er zit een zee in mij en dat ben ik.
ik heb mezelf al tien jaar niet gezien
wanneer ik naar mij toe reis, keer ik
halverwege onverrichter zake terg.
iemand zegt dat ik er eindelijk eens
om zou moeten huilen, maar waar
laat een zee zijn tranen? iemand
anders is jaloers. hij zegt: jij hebt
tenminste een verhaal. schuim
drijft door zijn blikveld. ik herhaal:
de zee heeft geen verhaal


er zit een verre stad in mij. Daar
moet ik heen. Maar alles is zo lang
geleden en misschien, als ik er ben,
loop ik wat rond, zie niets, herken
geen mens en huilt mijn heimwee
even hard. Er ligt een land in mij,
daar kon ik vroeger reizen maar het
werd te klein, het ligt in groene tegels
tussen asfaltwegen, ieder plein onder
de hemel is zo leeg, ik waai steeds
weer terug naar huis

De tijd, de zee, de stad, het land,
de hemel en de pleinen zijn er
dag en nacht, ik moet eens lekker
weg in eigen hoofd maar altijd reis
ik met mezelf mee en ik ben klaar
met het gedrein: niet in de trein,
niet met de bus, alleen naar
Halverwege Onverrichter Zake
en terug - niemand kan zo groots
vergaan als ik. Er zit een zee
in mij en ik verdrink.

***
Ingmar Heytze, bericht aan de reizigers
bundel : schaduwboek houding (2005) uitgeverij podium

Je te rejoins quand je m'endors

Ze zeggen dat er het er altijd mooi is
het is waar de vogels heen trekken
ze zeggen dat
aan de andere kant van de wereld


Ik loop alleen door de mist
het is beslist daar, ik vertrek
ik begeef me
aan de andere kant van de wereld

De andere kant van de wereld

Ik kom aan op de oever van een rivier
een stem roept mijn naam, gaat dan verloren
het is jouw stem
aan de andere kant van de wereld

Je stem zegt me m’n schat
al die tijd was ik niet dood
ik leefde
aan de andere kant van de wereld

De andere kant van de wereld

Op de rivier regent het goud
in mijn armen houd ik je lichaam
je bent hier
aan de andere kant van de wereld

Ik ontmoet je als ik in slaap val
maar ik wil je weerzien
waar is dat
die andere kant van de wereld?

De andere kant van de wereld

***
Emily Loizeau, L'autre Bout Du Monde, 2006 (vertaling pb, van YouTube)

Mijn nieuwe vaderland

Wie neerlands bloed in d’aders vloeit
van vreemde smetten vrij
wiens hart voor volk en orde gloeit
verhef uw zang als wij.
Vandaag zien wij weer één van zin
de vlaggen afgestoft.
Vandaag zet ik mijn feestlied in
voor vaderland en schoft.

Ik denk je hier bij mij

Als ik weer wakker word in diepe nacht
En weer de droom de dag niet heeft verzacht
Kijk ik in halfslaap stiekem toch opzij
En denk je hier bij mij

net zo een als ik

Als ik later een kind neem,
dan neem ik er zo een als ik,
want ik lieg niet,
en ik snoep niet,
alleen op zaterdag wat drop,
ik pest niet,
ik sla niet
en ik schep maar zelden op.

Waarom zijn mensen toch zo blij
met een ander kind dan mij?

Vier manieren om op iemand te wachten

1.
Zittend. Denkend aan liggen. Je handen
strijken rimpels in het tafellaken glad
rond een gerecht dat moeilijk en te veel
voor twee en niet als op het plaatje is,
maar ruikt, het ruikt de ramen uit, het
doet zijn best niet in te zakken, zoals
een ingehouden buik niet bol te zijn -
ook andersom is vergelijken.

Ik zou mezelf willen weggeven

Waar zal ik beginnen
Bij de bushalte zit een vrouw
Ze wacht
Drie tassen heeft ze bij zich
Een plastic tas, een schoudertas, een weekendtas
Ze strijkt haar rok glad en legt haar handen in haar schoot
Ze wacht

Ik zou mezelf willen weggeven
Alles wat ik ben en niet ben
In de handen van een ander
Er even niet meer zijn
Meer willen zijn dan dit
En minder

Te zijn in wij
Te denken vanuit het
Niet over ik en ij
Jij dit wel en ik dat niet
Ik zou mezelf willen weggeven
Weg Onvindbaar Opgelost

Net als de bomen ben ik
Net als het gras
Ik waai

***
Van affiche van voorstelling Ik zou mezelf willen weggeven van Lotte van den Berg, Huis aan de Amstel

Så som i himmelen

Vanaf nu is m'n leven van mij
ik heb maar zo'n korte tijd op aarde
en mijn verlangen heeft me hier gebracht
alles wat mij ontbrak en alles dat ik vergaarde

En toch is het de weg die ik verkoos
mijn vertrouwen was eindeloos
dat mij 'n klein stukje toonde
van de hemel die ik nooit vond

Treur niet

Jozef keert terug naar Kanaän, treur niet.
Krotten worden weer rozentuinen, treur niet.
Als de vloed je verzwelgt en alles verdelgt,
Is Noach je leidsman in het oog van de storm, treur niet.
Op pagina 386

Rode draad

De beelden zijn redelijk helder. Het allermoeilijkste is het aanbrengen van een volgorde, om met een botte naald een draad te rijgen door alle jaren om te komen waar ik nu ben en te weten wat ik nu weet.

***
Op pagina 10 van Mensen die ik ken die mijn moeder hebben gekend (2006) van Arjen Lubach